Het verhaal van Halil Gök

Gentse oud-textiliens over hun werk en hun leven

In mei deden we een oproep om getuigen uit de Gentse textiel te verzamelen. Er is immers weinig geweten over de Gentse textielindustrie vanaf 1950. We kregen heel wat reacties van oud-textiliens, zowel mannen als vrouwen. Zij werkten als arbeider, bediende, bestuurder of kaderlid in één of meerdere fabrieken: UCO Rooigem, UCO Braun, Loutex, Texas, La Louisiane, FNO, Desmet-Guequier …

Collega Marieke gaat met deze textiliens in gesprek:

 “Ze vertellen allemaal bijzonder graag over hun werk van toen. Het werk in de textielfabrieken moet een grote indruk hebben nagelaten. Want ook mensen die slechts een tweetal maanden in de textiel werkten, halen heel graag herinneringen op.”

Het is erg boeiend om al deze levensverhalen te horen. Zo vertelde Halil Gök, vandaag 53 jaar, dat hij als 16-jarige in UCO Braun startte. De laatste maand van de textielschool heeft hij overgeslagen. Hij was reeds getrouwd en zou over enkele maanden vader worden. Aangezien je pas kindergeld kon krijgen nadat je enkele maanden had gewerkt, kreeg hij van de schooldirecteur de toelating om alvast te beginnen werken. Hij was fier op zijn werk. Tijdens een opendeurdag van de fabriek kon hij zijn vrouw en kinderen trots de machines tonen waar hij werkte.

Het is duidelijk dat het Gentse textielverleden nog heel sterk leeft. Dat bevestigde ook de grote respons op de oproep die het MIAT lanceerde en de vele aanwezigen op de ontmoetingsdag.

F10019-001

UCO BRAUN in de Maïsstraat

Acht dagen congé tijdens de Gentse Feesten

Het MIAT luistert graag naar verhalen uit de Gentse textielindustrie. De zoektocht naar getuigen brengt ons bij heel diverse mensen. Mensen met uiteenlopende functies, die werkten in de vele fabrieken in de stad. Zij vertellen ons over hun werk en leven in de textielfabriek en daarbuiten. Heel boeiend!

Tijdens één van onze eerste interviews gesprekken maakten we kennis met Pauly. Als veertienjarig manneke startte hij in de fabriek Usines Cotonnières de Belgique, op de hoek van de Wiedauwkaai en de Nieuwe Vaart. In de volksmond was die beter gekend als de Grasfabriek. Het was de enige fabriek met een grasplein voor het gebouw. Hij ging aan de slag in de weverij.

 

‘Ik startte als spoelenopsteker en moest de trommels van het weefgetouw van spoelen voorzien. Het was mijn taak om te zorgen dat er steeds voldoende spoelen waren. Want als de trommel leeg was, viel het weefgetouw stil. Er waren 80 tot 90 getouwen die ik in de gaten moest houden.’

 

Na spoelenopsteker evolueerde Pauly tot hulpwever en stond hij twee wevers bij. Zo leerde hij het weversvak. In Usines Cottonières de Belgique werkt hij tot 1967.

 

 

Trouwen aan het begin van de Gentse Feesten

We komen niet alleen meer te weten over hoe het werk in de fabriek er aan toe ging. Ook ontdekken we leuke anekdotes. Zo vertelde Pauly ons dat hij in 1958 getrouwd is, precies op de eerste zaterdag van de Gentse Feesten. Hij en zijn vrouw kozen die dag niet zomaar:

 

‘Als je trouwde op de eerste zaterdag van de Gentse Feesten kreeg je acht dagen verlof. Op andere dagen had je slechts één verlofdag: je trouwdag zelf. Wij kregen automatisch ons verlofgeld, samen met acht dagen verlof. Want tijdens de Gentse Feesten lag de fabriek stil. Dat was de enigste periode van het hele jaar dat de machines niet draaiden.’