Blog

OPENINGSWEEKEND

Nog 8 weken en het is zover: het MIAT wordt Industriemuseum.

Het MIAT verandert niet alleen van naam. Het museum vaart ook een nieuwe koers. Eind september opent de nieuwe hoofdtentoonstelling op de bovenste verdieping. Daarna ondergaan ook de andere verdiepingen een make-over.

Benieuwd naar de veranderingen? Stip het openingsweekend alvast aan in je agenda! Op zaterdag 29 en zondag 30 september opent het Industriemuseum namelijk met een Industriefestival, van 10 tot 18 uur. Het wordt een feestelijke tweedaagse met creatieve workshops voor jong en oud, boeiende rondleidingen, verhalenrondes, fietstochten, wandelingen, erg bijzondere drankjes en tonnen randanimatie.

Welkom! 20180806_AV_MIAT WORDT INDUSTRIEMUSEUM.jpg

MIAT WORDT INDUSTRIEMUSEUM

Eind september wordt het huidige MIAT – het museum over industrie, arbeid en textiel – omgedoopt tot Industriemuseum. Bij de naamswijziging hoort ook een gloednieuwe hoofdtentoonstelling. Rond deze tijd wordt de 24 meter lange ‘selfactor’, bekend uit de film Daens, door de hijsluiken van het museum omhoog getakeld naar de bovenste verdieping, waar de nieuwe hoofdtentoonstelling een thuis krijgt. De verhuis is een huzarenstukje, want de gigantische machine moet volledig gedemonteerd worden.

20180502_AV_Industriemuseum_logo

Nieuwe naam, nieuwe tentoonstelling, nieuw logo

Er raast een nieuwe wind door het Gentse MIAT. Het typische fabrieksdak van de voormalige katoenspinnerij werd recent vernieuwd en ook de andere verdiepingen van het museum zijn nu aan vernieuwing toe. Het hele museumteam stippelde samen een nieuwe koers uit en eind september opent het MIAT alvast een nieuwe hoofdtentoonstelling.

‘Het MIAT wil dit unieke momentum benutten en kiest voor een krachtige nieuwe naam: Industriemuseum. Met deze nieuwe, heldere naam en een sterk, universeel verhaal in de nieuwe hoofdtentoonstelling is na 40 jaar de toon gezet voor de hergeboorte van het museum.’

Annelies Storms, schepen van Cultuur

De nieuwe tentoonstelling brengt het grote verhaal van de industriële revoluties, doorspekt met kleine verhalen van handelaars, arbeiders en ondernemers. Een verhaal over mensen en machines, en hoe die de wereld rondom ons veranderden. Na de hoofdtentoonstelling ondergaan ook de overige tentoonstellingsruimten een make-over. Een make-over die overigens niet alleen in de tentoonstellingsruimtes te zien zal zijn, maar ook in de huisstijl van het museum. Een nieuw logo zal vanaf september op de gevel van het museum schitteren. Het is een stijlvol logo dat herinnert aan het typische fabrieksdak van de voormalige katoenspinnerij waarin het MIAT huist.

‘Het museum staat klaar om zich zo ijzersterk te positioneren als landmark voor industrieel erfgoed, nationaal en internationaal, om op die manier nog meer bezoekers aan te trekken.’

 Ann Van Nieuwenhuyse, directeur van het MIAT

20170613_AV_gebouw MIAT (16)

Grote verhuisoperatie

Om de nieuwe hoofdtentoonstelling tijdig klaar te krijgen, is er momenteel een grote verhuisoperatie aan de gang. Machines worden ge(de)monteerd, schoongemaakt, ingesmeerd, behandeld en klaargemaakt voor hun nieuwe plek in het museum. Zo ook de selfactor, beter bekend als ‘die machine uit Daens’.

‘Elk stukje werd genummerd en gefotografeerd zodat we de machine stapsgewijs konden demonteren en opnieuw kunnen monteren. Als je weet dat het kortste stuk van de machine 3 meter lang is en het langste stuk 7 meter en bovendien loodzwaar, kan je begrijpen dat we veel manoeuvres moeten uithalen om alles door de smalle gangen van het museum te loodsen. En dan hadden we het nog niet over de 540 spillen en bobijntjes.’

Oktay Sancak, museummedewerker en van jongs af aan in spinnerijen en weverijen aan de slag

De selfactor krijgt een prominente plek in de nieuwe tentoonstelling. De machine komt in een box terecht waar bezoekers aan de hand van bewegend beeldmateriaal helemaal worden ondergedompeld in de spinnerijen anno 1920. De machine zal in de nieuwe opstelling niet in werking zijn, maar zal volledig aangekleed worden met 540 katoenbobijnen – alsof ze net even stilstaat en zo weer in actie zal komen. Het katoen komt van het Helmshore Mill Textielmuseum, waar eind jaren ’70 ook de selfactor zelf door het MIAT werd aangekocht.

20180615_AV_selfactor (12)

‘Die machine uit Daens’

De selfactor kreeg in 1992 opnieuw bekendheid door de film Daens. Op een bepaald moment wordt de kleine Milleke door de machine verpletterd. De productie moet op volle toeren draaien. Elk plukje katoen telt. Daarom worden kinderen onder deze selfactors ingezet om het katoenpluis op te rapen. De machine loopt echter volledig automatisch in en uit. Met alle gevolgen van dien wanneer een kind het ritme van de machine niet kan volgen en niet snel genoeg weggeraakt… Verpletterde vingers, breuken aan armen en benen of – zoals in de film – het knellen van het hoofd tussen wagen en frame.

Bekijk het fragment uit Daens op VRT.nws.

 

‘De selfactor verdient een plekje in de hoofdtentoonstelling omdat het een iconisch stuk is, dat in het collectief geheugen geprent staat als symbool voor de zware arbeid in de textielsector. En wat misschien niet algemeen geweten is, is dat deze machine niet enkel rond de eeuwwisseling werd gebruikt, maar zelfs tot de jaren 1990 actief werd ingezet in textielbedrijven in Oost-Europa.’

Hilde Langeraert, conservator van het MIAT

GEZOCHT: TINKERAARS!

Gezocht: creatieve en enthousiaste ‘Tinkeraars’ in het Industriemuseum!

Ben je gebeten door wetenschap en techniek? Zijn muzische activiteiten jouw ding? Hou je ervan om te prutsen en te experimenteren met allerlei materialen? Ben je sociaal en spreekt het jou aan om samen met anderen iets te maken? Dan ben jij misschien wel de persoon die we zoeken! Voor een nieuw project in het Industriemuseum zoeken we creatieve en enthousiaste ‘Tinkeraars’.

Het MIAT bestaat 40 jaar en heeft grootste plannen voor de toekomst. Op 29 september 2018 wordt het museum omgedoopt tot Industriemuseum. In de nieuwe hoofdtentoonstelling nemen verschillende generaties van ondernemers, handelaars en arbeiders je mee in een universeel verhaal over mensen en machines en hoe die de wereld rondom ons veranderden.

In de tentoonstelling zal een Tinker Studio aanwezig zijn, een plek waar bezoekers samen of alleen iets kunnen maken. We bouwen deze studio uit in samenwerking met Arteveldehogeschool. ‘Tinkeren’ gaat over leren met je handen, over prutsen en experimenteren met techniek. Om deze Tinker Studio mee uit te bouwen en op regelmatige basis te bemannen zijn we op zoek naar creatieve en enthousiaste ‘Tinkeraars’.

Wat verwachten we van jou?
– Als ‘Tinkeraar’ kan je je op regelmatige basis vrijmaken om aanwezig te zijn in de Tinker Studio. Je stimuleert bezoekers om aan de slag te gaan in de Studio en helpt hen op weg.
– De data en momenten waarop je aanwezig bent in de Studio worden in onderling overleg bepaald en zijn afhankelijk van jouw beschikbaarheid en de geplande evenementen in het museum (vb. Industriefestival, Kinderkunstendag, Dag van de Wetenschap, …).
– Je kan je vrijmaken op 13 september voor een opleiding ‘Tinkering’. Tijdens deze opleiding gaan we aan de slag in de studio en bekijken we samen de verschillende activiteiten.

Profiel:
– Je bent creatief en houdt ervan om te experimenteren met techniek en allerlei materialen.
– Je bent sociaal en deinst er niet voor terug om museumbezoekers uit te nodigen deel te nemen aan de activiteiten in de Tinker Studio.
– Je bent op regelmatige basis beschikbaar in het weekend (zaterdag en/of zondag) en kan je minstens engageren voor de periode september – december 2018. De concrete data worden in overleg bepaald.

Wat mag je verwachten?
– Ondersteuning en een vorming op maat. Wij zorgen voor de verschillende activiteiten, een leidraad en voldoende materiaal.
– Een vrijwilligersovereenkomst en verzekeringen.
– Deel uitmaken van een enthousiast team.
– De kans om eigen experimenten en ideeën uit te voeren.
– Een vrijwilligersvergoeding.

Heb je interesse?
Stuur dan een mailtje naar lize.dedoncker@stad.gent, graag voor dinsdag 24 juli 2018. Op donderdag 9 of vrijdag 10 augustus nodigen we je uit voor een kennismakingsgesprek. Kan je die dagen niet? Geen nood, dan zoeken we naar een andere geschikte datum.

De anoxiebubbel

Het is druk op de 5de verdieping van het MIAT. In aanloop naar de nieuwe hoofdtentoonstelling die er zal openen op 29 september 2018 worden de collectiestukken én de museumruimte helemaal in gereedheid gebracht. Op 7 mei werd gestart met het vullen van de anoxiebubbel.

De wát? De anoxiebubbel.

_DSC0075-2

De anoxiebubbel is een omvangrijke ruimte die volledig is afgeschermd met folie, vandaar de ‘bubbel’. In die bubbel is plaats voor een hele reeks collectiestukken van het museum. Het gaat om oude voorwerpen en machines die bestaan uit organisch materiaal zoals hout en textiel. Deze materialen kunnen aangetast worden door levende organismen. Houtwormen bijvoorbeeld.

Alle levende beestjes of ongedierte hebben echter zuurstof nodig om te overleven. Nemen we de zuurstof weg, dan gaan ze dood. Het zuurstofpercentage, dat in een normale ruimte meestal zo’n 20% bedraagt, wordt daarom in de anoxiebubbel verlaagd tot slechts 0.5%. In de bubbel kunnen schadelijke organismen zo vernietigd worden zonder gebruik te maken van ongezonde of hardnekkige pesticiden.

De volledige anoxiebehandeling duurt ongeveer een maand.

DSC00557

Op dit moment in de bubbel

In de bubbel staan op dit moment dé topstukken uit de MIAT-collectie: de Engelse spinmachine ‘Mule Jenny’ en één van de oudst bewaarde twijnmolens* uit Europa. Na hun verblijf in de anoxiebubbel zullen ook zij klaar zijn voor een volgend leven in de hoofdtentoonstelling van het vernieuwde Industriemuseum.

*Twijnen? Dat is het in elkaar draaien van meerdere draden of garens, zodat een steviger exemplaar ontstaat.

DSC00566.jpg

De historische textielmachines geraken natuurlijk niet zomaar in de bubbel. Het heeft heel wat mankracht en kennis gekost om de machines te verhuizen. Mankracht en kennis die we gelukkig zelf in huis hebben!

DSC00587.jpg

De twijnmolen wordt vakkundig klaargemaakt voor transport.

DSC00560

Een detail van de Mule Jenny. Met een kniesteun gemaakt uit exotisch leder. Zou het krokodil kunnen zijn?

Vrijwilligers helpen mee aan de vernieuwing

Het MIAT heeft een gedreven groep van vrijwilligers die in de verschillende teams werkzaam zijn. Enkele van hen werken ook mee aan de vernieuwing.

Onlangs versterkten Carlos Moens en Daniël Verburg de vrijwilligersploeg. Zij gaan momenteel aan de slag bij het team collectie.

Ze zullen twee machines reinigen: een kolomboor en een metaalzaag. Eenmaal gereinigd worden ze opgenomen in de nieuwe hoofdtentoonstelling.

20180426_AV_vrijwilligers opkuis (14)

20180426_AV_vrijwilligers opkuis (15)

De metaalzaag

De metaalzaag is bedekt met aangekoekt vet. Deze vetlaag had één voordeel namelijk dat ze bescherming bood tegen het roesten. Maar de zaag moet terug in beweging komen. Er is veel poetswerk om ze terug los te krijgen en alles gesmeerd te laten lopen.

20180426_AV_vrijwilligers opkuis (21)
Voor en na, de oorspronkelijke verf komt terug te voorschijn.

De kolomboor of kamelenrug

De kolomboor stamt uit de tijd toen het MIAT nog de spinnerij Desmet-Guequier was (1864 – 1975). De boor werd ook effectief gebruikt in de spinnerij. Ze zal opnieuw een rol krijgen in dit gebouw, deze keer in de nieuwe opstelling, als getuige van weleer.

Het is bovendien een op en top Belgisch product, gemaakt in de Brusselse ateliers van ‘Louis Sacré et frères’. In België spreken we van een kolomboor. Bij de Engelse collega’s krijgt dit type de bijnaam “camelback drill” of kamelenrug, verwijzend naar de twee aandrijfpunten, boven en onder.

20180426_AV_vrijwilligers opkuis (20)
De groene kolomboor

Zoals veel van de machines die in de textielfabrieken stonden, werd ze in het groen geschilderd. Sommige ‘textiliens’ spreken nog van het UCO*-groen. Het collectieteam wil deze verflaag dan ook zo goed mogelijk behouden. Ze werken daarom met producten die zo weinig mogelijk belastend zijn voor het stuk zelf, maar ook voor de mens en het milieu.

*UCO (afkorting van Union Cotonnière) was een textielbedrijf in Gent dat in 1919 is ontstaan door de fusie van een zestal onafhankelijke spinnerijen.

 

Depot Sleidinge leeg!

In het kader van de grote verhuis naar het centraal erfgoeddepot haalden de collectiemedewerkers het depot in Sleidinge leeg.

 

De collectiemedewerkers en de firma Helicon zorgden ervoor dat alle stukken volgens de regels verpakt werden.

Alle stukken kregen ook een label met een barcode mee. Het registratiesysteem Adlib herkent deze barcode en kan zo onmiddellijk alle relevante info meegeven.

Dit depot bewaarde voornamelijk kleine en middelgrote stukken. De grote objecten uit de andere depots verhuizen later naar het centraal erfgoeddepot.

De collectiemedewerkers slaagden erin om in de afgelopen maanden alle stukken in het depot volledig te voorzien van een label, te registreren, te verpakken en te verhuizen.

Op naar de volgende fase!

20170925_AV_MIAT DEPOT SLEIDINGE (Marie-Julie) (81)

Vrijwilligers helpen mee aan de vernieuwing

Gina Geyskens, actief in de MIAT FACTory

Gina studeerde vorig academiejaar af in de richting Beeldende Kunst aan de UGent. Ze begon in april 2017 als vrijwilligster in het MIAT. Ondertussen vond Gina een job.

In de bibliotheek van het MIAT deed ze opzoekingswerk voor haar thesis over mode van burgerlijke vrouwen in de 19e eeuw. Zo leerde ze het MIAT en MIAT FACTory, het kenniscentrum met bibliotheek, kennen.

DSC_0684

Toen ze op de website van het MIAT het beleidsplan voor vrijwilligers vond, was ze erg geïnteresseerd.

De duidelijke functiebeschrijvingen en het maatwerk voor iedere vrijwilliger, spraken me meteen aan.

Na een intake gesprek met de vrijwilligerscoördinator Anne-Greet, besloot Gina aan de slag te gaan voor MIAT FACTory. Gina kreeg ook meteen een meter aangewezen die haar begeleidt en samen met haar het takenpakket vastlegt.

DSC_0702

Haar taak? Op zoek gaan naar advertenties in textieltijdschriften van de 20e eeuw en deze digitaliseren.

De opdracht is me op het lijf geschreven. Ik heb heel veel interesse in textiel en mode van vroeger.

Van het werk zelf steekt ze heel veel op. Praktische zaken die ze op de schoolbanken niet leerde. Hoe scan ik een document, hoe verloopt de nabewerking, hoe werk ik met de gekoppelde software,…?

Het doel? De evolutie van advertenties over textiel tonen over de jaren heen. Gina maakt zelf een selectie. Alles wat met de textielindustrie te maken heeft en dat een evolutie kan aantonen, scant ze in. De advertenties gaan niet uitsluitend over textiel, maar ook over  arbeidsomstandigheden en het belang van de modernisering van de werkhuizen.

De veranderingen in de textielindustrie merk je eigenlijk heel goed in de advertenties.

DSC_0693

De ingescande advertenties registreert ze in het registratiesysteem Adlib. Van daaruit kunnen de items gepubliceerd worden op erfgoedinzicht.be. Op deze website kan iedereen dan de advertenties bekijken. Een selectie zal ook te zien zijn in de nieuwe museumpresentatie.

Gina koos voor deze blog haar favoriete advertenties.

De grafische designs van Tonka, Fernand Hanus en Braun Frères vind ik het leukst.

Je vindt nog meer advertenties over textiel op de Flickr-pagina van MIAT FACTory.

Textielblad-1942-6Textielblad-1943-3Tex-Textilis-1981-j/aRayonne et fibres synthétique -1952-10Rayonne et fibres synthétique -1967-8